Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur
Samenvatting
Procesverloop
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Beoordeling door de rechtbank
Op 19 juli 2024 omstreeks 07:20 uur kreeg de politie een melding over een verdachte situatie in Rijsbergen . Een man zou de kentekenplaten van twee verschillende voertuigen hebben verwijderd en weggerend zijn. Op de Zundertseweg in Etten-Leur zagen politieambtenaren een Suzuki Ignis met aanhanger rijden. Het signalement van de bijrijder van de Suzuki kwam overeen met het opgegeven signalement van de man die de kentekenplaten verwijderde. Bij het keren van het dienstvoertuig had de politieambtenaar kort geen zicht op de Suzuki. Vervolgens zag hij aan de kant van de weg een kledingstuk liggen dat hij op de heenweg niet had gezien. De Suzuki werd daarop staande gehouden en eiser werd als bestuurder aangetroffen. In het voertuig werden verschillende gereedschappen aangetroffen: vier accu’s, een inbussleutel, een breekijzer, twee kniptangen, vijf zagen, een Makita lamp, een holemarker, twee schroevendraaiers, een reciprozaag, een stanleymes, een zaklamp en een handschoen.
Aan de kant van de weg werden de twee kentekenplaten aangetroffen gewikkeld in een trainingsbroek.
Eiser verklaarde ten overstaan van de politieambtenaren dat het gereedschap van hem is en dat hij het gebruikt omdat hij met de auto bezig is. Op veel vragen wilde eiser geen antwoord geven.