Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van Dienst Toeslagen op zijn bezwaarschriften, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 12 december 2024 een beslistermijn had gesteld. De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond, omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist.
De rechtbank sluit aan bij een lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij een nadere beslistermijn van 60 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn geldt. Omdat deze termijn inmiddels is verstreken, wordt verweerder opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €250 per dag met een maximum van €37.500 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. De reeds vastgestelde dwangsom van maximaal €1.442 blijft van kracht. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser.