Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
roostervrij is en niet werkt, is op die dag betaald vrij naar rato van het dienstverband (7,2 uur bij een voltijd dienstverband) en maakt aanspraak op een vervangende roostervrije dag;
werkt, maakt aanspraak op een compensatie naar rato van het dienstverband (7,2 uur bij een voltijd dienstverband) alsmede op alle overige, gebruikelijke vergoedingen waarop hij volgens deze cao recht heeft.
Geen samenloop met bereikbaarheidsdienst
4.Het geschil
5.De beoordeling
gemeten op maandbasis” volgt dat voor het bepalen van de referteperiode moet worden uitgegaan van de maanden waarin de onregelmatige en overwerkuren zijn opgebouwd, niet van de maanden waarin deze uren zijn uitbetaald. De toeslagen worden structureel opgebouwd in de maand waarin is gewerkt, en pas in de maand erna uitbetaald. De cao beoogt een representatief beeld te geven van het loon voorafgaand aan ziekte. Het hanteren van uitbetaalde maanden leidt tot een vertekend beeld dat niet past binnen het doel van de bepaling. Er wordt dan immers in de referteperiode een maand betrokken waarin geen werkzaamheden zijn verricht wegens ziekte. [werknemer] stelt zich dus op het standpunt dat de referteperiode in zijn geval de maanden juli tot en met december 2023 beslaat, en dat moet worden gekeken naar de omvang van de onregelmatige en overwerkuren die hij in die maanden heeft gewerkt.
feitelijk opgebouwdetoeslagen in zes maanden voorafgaand aan de ziekte”. Uitleg van de bepaling aan de hand van de cao-norm leidt er toe dat moet worden gekeken naar de zes maanden direct voorafgaand aan ziekte en de feitelijk ontvangen toeslagen in die maanden. In de situatie van [werknemer] gaat het dan om de onregelmatige- en overwerkuren die in de maanden juni tot en met november 2023 zijn gewerkt, en die feitelijk zijn uitbetaald in de maanden juli tot en met december 2023. [werkgever] bepaalt dan ook de hoogte van de gemiddelde ORT en overwerkvergoeding die tijdens arbeidsongeschiktheid moet worden doorbetaald op basis van de uitbetalingen die zijn gedaan in de maanden juli tot en met december 2023.
gemeten” in artikel 14.2 lid 1 duidt naar het oordeel van de kantonrechter taalkundig op het bepalen van een bepaalde omvang. De omvang van onregelmatige- en overwerkuren in een bepaalde maand wijst daarmee naar het oordeel van de kantonrechter op de opbouw van die uren. Het woord “
gemeten” past taalkundig niet bij de hoogte van het loon dat over opgebouwde toeslaguren verschuldigd is. Het meten moet plaatsvinden over een periode van zes maanden “
voorafgaand aan de maand waarin de arbeidsongeschiktheid is ontstaan.”Deze zinsnede duidt er taalkundig op dat de referteperiode direct aansluit op de eerste maand waarin de werknemer uitvalt vanwege arbeidsongeschiktheid.
opgebouwdeonregelmatige- en overwerkuren in de zes maanden direct voorafgaand aan de maand waarin de ziekmelding plaatsvindt, is naar het oordeel van de kantonrechter ook het meest aannemelijk. De situatie zoals die direct vóór de maand van ziekte was wordt op die manier tijdens ziekte zo reëel mogelijk voortgezet. Het laten vallen van een gat tussen de situatie waarin gewerkt wordt en de situatie waarin vanwege arbeidsongeschiktheid niet gewerkt wordt, zoals het geval is in de door [werkgever] voorgestane uitleg, is niet logisch. Het moment van opbouw van de onregelmatige- en overwerkuren is ook steeds vast bepaald en niet voor beïnvloeding vatbaar. Dat is anders met het moment van uitbetaling, dat om allerlei redenen (ook om redenen die buiten de werknemer kunnen liggen) kan afwijken.
€ 10.148,32 bruto. [werkgever] heeft in haar conclusie van antwoord aangevoerd dat [werknemer] ten onrechte gerekend heeft met de bedragen zoals opgenomen in zijn loonstroken. Er moet gerekend worden met de bedragen zoals opgenomen in de verzamelstaten, waarin de bedragen zijn opgenomen die feitelijk zijn uitbetaald over de betreffende periode. De vordering van [werknemer] is volgens [werkgever] onjuist, althans onvoldoende onderbouwd.