ECLI:NL:RBZWO:1998:AA3444
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- C.M. van Beeck Calkoen-Reus
- H.C. Moorman
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten bezwaarfase bij onrechtmatige beëindiging WW-uitkering
Eiser was vanaf 1990 werkzaam bij een Duitse werkgever en kreeg na beëindiging van zijn dienstverband in 1992 een WW-uitkering toegekend. Na diverse werkzaamheden in loondienst en als zelfstandig consultant werd zijn uitkering per 6 december 1993 stopgezet. Verweerder nam meerdere besluiten waarin de uitkering werd beëindigd of aangepast, maar herzag deze besluiten na bezwaar. De rechtbank stelde vast dat de primaire besluiten in strijd waren met artikel 8 van Pro de WW en onvoldoende waren voorbereid volgens artikel 3:2 Awb Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aansprakelijk is voor de onrechtmatige besluiten en dat deze tegen beter weten in zijn genomen, waardoor vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase aan eiser toekomt. De proceskosten werden forfaitair vastgesteld op f 3550,- voor de bezwaarfase en f 2130,- voor de beroepsfase, plus griffierecht.
De uitspraak vernietigt de bestreden besluiten voor zover zij de vergoeding van proceskosten betreffen en legt de kostenveroordeling op aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). De rechtbank benadrukt het belang van maatwerk bij de beoordeling van werknemerschap en zelfstandigheid in het kader van de WW.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase wegens onrechtmatige beëindiging van de WW-uitkering.