ECLI:NL:RVS:1996:ZF2335
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en intrekking jaarlijkse bijdrage eigen woning
De zaak betreft de intrekking van een jaarlijkse bijdrage toegekend op grond van de Beschikking geldelijke steun eigen woningen 1979, omdat appellant niet langer eigenaar was van de woning vanaf 14 augustus 1992. De Staatssecretaris wijzigde de intrekkingsdatum naar 11 september 1991, omdat appellant niet voldeed aan het eigenaarsvereiste in het bewoningsjaar 1991-1992.
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking en tegen de terugvordering van de teveel ontvangen subsidie. De rechtbank oordeelde dat terugvorderingsbesluiten geen bestuursrechtelijke besluiten zijn en verklaarde het bezwaar tegen terugvordering niet-ontvankelijk, waarna zij het besluit tot terugvordering vernietigde. De Raad van State stelt dat terugvorderingsbesluiten wel bestuursrechtelijke besluiten zijn en dat de rechtbank hiermee een onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven.
De Raad van State bevestigt dat de intrekking van de bijdrage terecht is en dat terugvorderingsbesluiten onder bestuursrechtelijke toetsing vallen. Tevens merkt de Raad op dat de Staatssecretaris onvoldoende heeft onderzocht of terugvordering redelijk is gelet op de inkomenspositie van appellant en of een terugbetalingsregeling mogelijk is, waardoor het terugvorderingsbesluit strijdig is met de artikelen 7:12 en 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover zij bepaalde dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit. De overige onderdelen van de uitspraak worden bevestigd. De Staat vergoedt het in hoger beroep gestorte recht.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de bijdrage en vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de terugvordering niet-beroepbaar achtte.