ECLI:NL:RVS:2000:AA9473
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.A.M. van Angeren
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen weigering inzage koperhoudende antifouling verven
Gedeputeerde Staten van Noord-Holland verzochten inzage in alle door producenten gedane aanvragen voor de verdere toelating van koperhoudende antifouling verven. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde zich vervolgens onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
Het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen, dat de plaats van de Minister had ingenomen, stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Minister ten onrechte de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) had toegepast, terwijl de bijzondere regeling van artikel 22 van Pro de Bestrijdingsmiddelenwet (Bmw) van toepassing is.
De Raad van State vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. Het College werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan gedeputeerde staten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het College opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.