ECLI:NL:RVS:2003:AF7608
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opheffing categoriaal beschermingsbeleid voor Afghaanse asielzoekers
Appellanten, Afghaanse asielzoekers, betoogden dat het besluit tot opheffing van het categoriaal beschermingsbeleid berustte op een onjuiste feitelijke grondslag en onredelijke beoordeling van de veiligheidssituatie in Afghanistan.
De minister baseerde zijn besluit op een ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken van 19 augustus 2002, waarin werd geconcludeerd dat de veiligheidssituatie in Afghanistan sinds het Taliban-regime in het algemeen is verbeterd. De minister stelde dat geen specifieke regio of bevolkingsgroep in Afghanistan categoriaal beschermingswaardig was en dat terugkeer niet van bijzondere hardheid zou zijn.
De Raad van State oordeelde dat de minister een ruime beoordelingsmarge toekomt bij het bepalen van de algehele situatie in het land van herkomst. De rechter toetst slechts of het besluit voldoet aan wettelijke voorschriften en of de minister in redelijkheid tot zijn oordeel heeft kunnen komen. Gezien het ontbreken van concrete aanwijzingen tegen de juistheid van het ambtsbericht en de onderbouwing van het besluit, werd het hoger beroep ongegrond verklaard.
De uitspraak van de voorzieningenrechter werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot opheffing van het categoriaal beschermingsbeleid bevestigd.