ECLI:NL:RVS:2004:AO6065
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- Ch.W. Mouton
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en niet-ontvankelijkverklaring binnenplanse vrijstelling voor puinbreekinstallatie
Het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal verleende op 24 april 2001 een binnenplanse vrijstelling voor het plaatsen van een mobiele puinbreekinstallatie en het breken van slooppuin op een perceel bestemd voor bedrijfsactiviteiten. Appellante maakte bezwaar tegen deze vrijstelling, dat door het college en vervolgens door de rechtbank Arnhem ongegrond werd verklaard.
Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vrijstelling betrekking had op een bouwwerk waarvoor een bouwvergunning vereist is, maar dat geen bouwaanvraag was ingediend. Hierdoor had het college het bezwaar tegen de vrijstelling niet-ontvankelijk moeten verklaren. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van het college en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.
Voor zover het hoger beroep betrekking had op een gebruiksvrijstelling voor afvalverwerkingsactiviteiten, werd het beroep ongegrond verklaard. De Afdeling vond dat het college de belangenafweging zorgvuldig had gemaakt, waarbij visuele en verkeershinder waren betrokken en dat het bedrijfseconomisch belang van appellante niet planologisch relevant was.
De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante. De uitspraak bevestigt het belang van een juiste procedurele behandeling van binnenplanse vrijstellingen en de concentratie van rechtsbescherming bij de bouwaanvraag.
Uitkomst: Het besluit over de binnenplanse vrijstelling is vernietigd en het bezwaar daartegen niet-ontvankelijk verklaard; het beroep tegen de gebruiksvrijstelling is ongegrond verklaard.