ECLI:NL:RVS:2004:AO8488
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over toekenning planschadevergoeding op grond van de WRO
Appellant, de gemeenteraad van Lichtenvoorde, kende op verzoek van de vergunninghouder een schadevergoeding toe wegens waardevermindering van diens perceel door een nieuw bestemmingsplan. De vergoeding werd vastgesteld op basis van een advies van de SAOZ. De vergunninghouder maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de vaststelling van de schadevergoeding.
De rechtbank Zutphen stelde de schadevergoeding hoger vast dan appellant had gedaan, op advies van de StAB, en vernietigde het besluit van appellant. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat appellant in redelijkheid mocht afgaan op het advies van de SAOZ en dat de rechtbank ten onrechte het advies van de SAOZ minder zwaar heeft laten wegen dan het taxatierapport van de vergunninghouder. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vergunninghouder ongegrond.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Afdeling benadrukt dat de waardebepaling van de SAOZ, hoewel niet volledig expliciet, voldoende is om het besluit van appellant te dragen.
Uitkomst: Het beroep van de vergunninghouder wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.