ECLI:NL:RVS:2004:AO6202
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onrechtmatige vreemdelingenbewaring en schadevergoeding afgewezen
De vreemdeling werd op 2 december 2003 in vreemdelingenbewaring gesteld na een strafrechtelijke veroordeling en een besluit tot ongewenstverklaring. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de bewaring opgeheven, met toekenning van schadevergoeding.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte ambtshalve had onderzocht of de vreemdeling rechtmatig verblijf ontleende aan het gemeenschapsrecht, aangezien dit niet door de vreemdeling was aangevoerd en de ambtshalve toetsing beperkt is tot voorschriften van openbare orde.
Verder werd geoordeeld dat het niet verrichten van inspanningen door de minister om vreemdelingen na strafrechtelijke detentie in bewaring te voorkomen niet onrechtmatig is, tenzij sprake is van een onevenredige schending van belangen, wat hier niet het geval was.
Ook het tijdsverloop tussen het einde van de strafrechtelijke detentie en de inbewaringstelling werd als gerechtvaardigd beoordeeld, omdat dit werd gebruikt voor het vervoer van de vreemdeling.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.