ECLI:NL:RVS:2004:AR2179
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.A.M. van Angeren
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten handhaving bedrijfsbebouwing en gebruik perceel te Aalsmeer
Het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen, rechtsvoorganger van Aalsmeer, wees in 2001 een verzoek tot handhaving af tegen bedrijfsbebouwing en gebruik van een perceel te Aalsmeer. Na diverse procedures vernietigde de voorzieningenrechter delen van deze besluiten en stelde begunstigingstermijnen vast voor beëindiging van het gebruik en aanpassing van de bebouwing.
In hoger beroep stelde de Raad van State vast dat het college het primaire besluit van 2001 had moeten herroepen in plaats van het besluit van 2002. De bedrijfsbebouwing was in strijd met de bouwvergunning en het bestemmingsplan "N201-zone" gold een bouwverbod vanwege het ontbreken van een uitwerkingsplan, waardoor legalisatie niet mogelijk was. Het college mocht daarom handhavend optreden. De voorzieningenrechter had echter onredelijk korte termijnen gesteld voor aanpassing van de bebouwing.
Ten aanzien van het gebruik van het perceel oordeelde de Raad dat het college onjuist had gemotiveerd dat het bouwverbod ook het gebruik verbood, waardoor het besluit tot handhaving onvoldoende was onderbouwd. Dit deel van het besluit moest worden vernietigd en het college moest een nieuwe beslissing nemen. De Raad bevestigde dat bestuursdwangbesluiten ook aan de eigenaar konden worden gericht.
De Raad verklaarde de hoger beroepen van de eigenaar en de gebruikers van het perceel gegrond, vernietigde de bestreden uitspraken en besliste dat het college nieuwe besluiten moet nemen met een juiste motivering. Tevens werden proceskosten en griffierechten aan appellanten toegekend.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt delen van de besluiten en uitspraken over handhaving bedrijfsbebouwing en gebruik perceel en gelast het college nieuwe besluiten te nemen met juiste motivering en termijnen.