ECLI:NL:RBUTR:2011:BR5630
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom huisvesting seizoensarbeiders op camping wegens onvoldoende bewijs permanente bewoning
Eiseres, eigenaar van een camping, werd door verweerder gelast om het bedrijfsmatig huisvesten van buitenlandse werknemers in chalets en caravans te beëindigen, onder bedreiging van een dwangsom. Verweerder baseerde dit op overtreding van het bestemmingsplan en het specifieke gebruiksverbod tegen permanente bewoning.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende feiten heeft geleverd om aan te tonen dat sprake is van permanente bewoning, zoals vereist door de Wet GBA. De gegevens van controles en gesprekken waren onvoldoende om vast te stellen dat werknemers zich verplicht moesten inschrijven in de GBA. Ook het algemene gebruiksverbod kon niet aan eiseres worden toegerekend omdat zij niet als gebruiker maar als eigenaar wordt beschouwd.
Verder is vastgesteld dat artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening niet van toepassing is op dit bestemmingsplan en dat het overgangsrecht van de Awb van toepassing is, waardoor eiseres niet als medepleger kan worden aangemerkt. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen wegens onvoldoende bewijs van overtreding.