Uitspraak
200105644/1, in het bijzonder onder 2.8.3., vermag de Afdeling niet in te zien dat voor het zonder nader onderzoek opleggen van die beperkende voorwaarde voldoende rechtvaardiging bestond, zodat het besluit wegens strijd met het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel voor vernietiging in aanmerking komt. De rechtbank heeft dat besluit dan ook, zij het op andere gronden, terecht vernietigd. Voor het in stand laten van de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit was echter, gezien het vorenstaande, geen plaats. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden vernietigd, voorzover de rechtbank daarbij aanleiding heeft gezien de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 18 december 2001 in stand te laten.