Uitspraak
200403468/1) betrof geen samenvoegingsvergunning, maar een vergunning tot onttrekking van woonruimte aan de bestemming tot bewoning. De bewoner van de desbetreffende woonruimte werd door dat besluit rechtstreeks in haar belangen getroffen, nu dit betrekking had op haar directe woonomgeving en gelet op de ruimtelijke gevolgen van die vergunningverlening.
200706435/1) is met het voorliggende geval evenmin vergelijkbaar, reeds omdat de huurder in die zaak zelf één van de aanvragers van een onttrekkingsvergunning was en om die reden belanghebbende bij het besluit op die aanvraag.
200608492/1), is immers ook bij de beoordeling of een huurder belanghebbende is bij het besluit op een aanvraag van de woningeigenaar om een splitsingsvergunning, bepalend in hoeverre die vergunning van invloed is op de woonsituatie.