ECLI:NL:RVS:2005:AT0572
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- P.J.J. van Buuren
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing schadevergoeding tijdelijke hinder Betuweroute
Appellanten vroegen vergoeding van schade wegens waardevermindering van hun woning en tijdelijke hinder door de aanleg van de Betuweroute nabij hun woning. De Minister kende een schadevergoeding toe voor waardevermindering, maar wees vergoeding van tijdelijke hinder af. De rechtbank bevestigde deze afwijzing.
In hoger beroep stelde de Raad van State vast dat de Minister het verzoek om schadevergoeding terecht als planschade voor de waardevermindering behandelde, maar dat de tijdelijke hinder als nadeelcompensatie moest worden beoordeeld. De Afdeling oordeelde dat de tijdelijke hinder van achttien maanden met dag- en nachtwerk, nabijheid van de bouwplaats en aard van de hinder het normaal maatschappelijk risico te boven gaat.
Daarom vernietigde de Raad van State het besluit van de Minister voor zover het de afwijzing van schadevergoeding wegens tijdelijke hinder betreft en beval een nieuwe beslissing. Tevens werd de Minister veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de Minister moet een nieuwe beslissing nemen over de schadevergoeding wegens tijdelijke hinder.