Uitspraak
200202381/1volgt uit artikel 1:2, derde lid, van de Awb dat voor het opkomen in rechte ter behartiging van algemene en collectieve belangen de eis van rechtspersoonlijkheid geldt om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt. Bij het antwoord op de vraag of dat het geval is, dienen de overgelegde statuten zoals opgenomen in de notariële akte, gelet op de datum van vaststelling daarvan buiten beschouwing te blijven. Het belang moet immers bestaan binnen de bezwaartermijn.