ECLI:NL:RVS:2005:AU1094
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing huursubsidie en toekenning kostenvergoeding
Appellant vroeg huursubsidie aan voor de periode 1 juli 2002 tot en met 30 juni 2003, maar de Minister wees dit op 4 april 2003 af wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf in Nederland. Appellant maakte bezwaar en verzocht tevens om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand. De Minister herroept het oorspronkelijke besluit op 5 april 2004 nadat bleek dat appellant een gedoogverklaring had en al voor 1 juli 1998 een WAO-uitkering ontving, waardoor artikel 10 van Pro de Huursubsidiewet niet van toepassing was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van de kostenvergoeding ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de Minister nalatig was in het verrichten van onderzoek naar de verblijfsstatus en de uitzondering in artikel 10 Huursubsidiewet Pro, waardoor de herroeping van het besluit te wijten is aan onrechtmatigheid.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de Minister voor zover het de kostenvergoeding betreft. De Minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de kosten van bezwaar, beroep, hoger beroep en het betaalde griffierecht. De overige onderdelen van de uitspraak blijven in stand.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het besluit van de Minister voor zover het de kostenvergoeding betreft en veroordeelt de Minister tot vergoeding van de kosten van bezwaar, beroep, hoger beroep en griffierecht.