ECLI:NL:RVS:2005:AU1748
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- A.W.M. Bijloos
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verstrekkingen aan asielzoeker na mededeling uitzetting en beoordeling medewerking
Het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar beëindigde op 14 oktober 2003 de verstrekkingen aan een vreemdeling op grond van de Regeling opvang asielzoekers (ROA). De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 15 januari 2004 werd afgewezen. De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna zowel het college als de vreemdeling hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of het college bevoegd was de verstrekkingen te beëindigen, nu de vreemdeling door de korpschef was medegedeeld dat zij Nederland moest verlaten en of het college terecht had afgegaan op de mededeling van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) dat de vreemdeling onvoldoende medewerking verleende aan het verkrijgen van reisdocumenten.
De Raad van State oordeelde dat de mededeling van de korpschef impliceert dat de vreemdeling ook de verstrekkingen moet verlaten, waarmee het college bevoegd was het besluit te nemen. Het college mocht in redelijkheid afgaan op de IND-mededeling over de onvoldoende medewerking, ook al beschikte de vreemdeling tijdens het terugkeergesprek reeds over een paspoort dat zij in bezwaar overlegd had. Dit paspoort vormde geen beletsel voor beëindiging van de verstrekkingen omdat de vreemdeling geacht werd hiermee te kunnen terugkeren.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van het college gegrond en dat van de vreemdeling ongegrond. Daarmee werd het besluit van het college bevestigd en de verstrekkingen beëindigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond en het besluit tot beëindiging van verstrekkingen bevestigd.