ECLI:NL:RVS:2005:AU3396
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- M.G.J. Parkins-de Vin
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verstrekkingen aan asielzoeker op grond van Regeling opvang asielzoekers bevestigd
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht beëindigde op 23 mei 2003 de verstrekkingen aan appellant op grond van de Regeling opvang asielzoekers (ROA), waaronder een toelage, verzekering en woonruimte. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. De Raad van State behandelde het hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht handelde op grond van artikel III van het wijzigingsbesluit ROA, dat verstrekkingen aan asielzoekers beëindigt die Nederland moeten verlaten. Appellant kon niet worden uitgezet, maar had de rechtsplicht Nederland zelfstandig te verlaten. De Raad verwierp het beroep dat beëindiging van verstrekkingen strijdig zou zijn met artikel 3, 6 en 8 EVRM.
De Afdeling stelde vast dat de verstrekkingen op humanitaire gronden waren toegekend in afwachting van vertrek en niet bedoeld waren om verblijf of gezinsleven in Nederland te ondersteunen. Ook was er geen sprake van rechtens te honoreren verwachtingen dat verstrekkingen onbepaalde tijd zouden voortduren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van verstrekkingen aan appellant bevestigd.