ECLI:NL:RVS:2005:AU4981
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- B.J. van Ettekoven
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Onjuiste afbakening geval van bodemverontreiniging Gooiberg te Bussum
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland stelde bij besluit van 9 februari 2004 vast dat de locatie Gooiberg te Bussum een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft, waarvan de sanering niet urgent is. Appellanten maakten bezwaar tegen deze afbakening en stelden dat het verontreinigingsgeval een groter gebied omvat dan alleen de locatie Gooiberg.
De Raad van State overwoog dat de Wet bodembescherming vereist dat een geval van verontreiniging betrekking heeft op grondgebieden die technisch, organisatorisch en ruimtelijk met elkaar samenhangen. De verontreiniging is veroorzaakt door een voormalige vuilstortplaats en strekt zich uit over een terrein van circa 17.500 m2, inclusief de locatie Gooiberg, een speelveld en een gedeelte van een begraafplaats.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de locatie Gooiberg ten onrechte als afzonderlijk geval van verontreiniging is beschouwd, omdat er sprake is van technische, organisatorische en ruimtelijke samenhang tussen de deellocaties. Het bestreden besluit en het daarop gebaseerde bezwaarbesluit werden vernietigd en herroepen. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit en de provincie Noord-Holland wordt verplicht het griffierecht aan appellanten te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit dat de locatie Gooiberg als afzonderlijk geval van bodemverontreiniging aanmerkt is vernietigd en herroepen omdat het verontreinigingsgeval een groter gebied omvat.