ECLI:NL:GHAMS:2011:BV1666
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardedrukkend effect bodemverontreiniging op WOZ-waarde woning in Bussum
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de waardering van een woning in Bussum centraal, waarbij bodemverontreiniging een belangrijke rol speelt. De rechtbank had eerder vastgesteld dat de bodemverontreiniging een waardedrukkend effect van 40% op de WOZ-waarde van € 426.095 heeft, waardoor de waarde werd vastgesteld op € 255.657. De heffingsambtenaar stelde in hoger beroep dat dit forfait te hoog was en pleitte voor een vermindering van 20%, wat zou leiden tot een WOZ-waarde van € 340.000.
Het Hof heeft de feiten en eerdere uitspraken van de rechtbank en de Raad van State zorgvuldig onderzocht. Het constateert dat de bodemverontreiniging ernstig is en dat de saneringskosten voor rekening van de gemeente komen. De heffingsambtenaar heeft onvoldoende bewijs geleverd om het lagere rompslompforfait van 20% te onderbouwen, onder meer omdat de vergelijkingsobjecten niet voldoende gelijkwaardig zijn en de taxatierapporten onvoldoende onderbouwing bieden.
Het Hof onderschrijft de systematiek van de rechtbank en bevestigt dat het waardedrukkende effect van de bodemverontreiniging op de waardepeildatum terecht op 40% is vastgesteld. Tevens wijst het Hof het verzoek van belanghebbende af om deze waardering ook voor voorgaande jaren toe te passen, omdat de procedure zich beperkt tot het kalenderjaar 2008.
Daarnaast veroordeelt het Hof de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende in hoger beroep en legt griffierecht op. De uitspraak bevestigt daarmee het belang van een zorgvuldige en onderbouwde waardering van onroerende zaken met bodemverontreiniging in het kader van de Wet waardering onroerende zaken.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op € 255.657 met een waardedrukkend effect van 40% vanwege bodemverontreiniging.