Uitspraak
200405274/1, betekent een onderbreking van het gebruik op zichzelf nog niet dat dit gebruik na de hervatting ervan, voor de toepassing van het overgangsrecht niet langer is aan te merken als voortgezet gebruik. Of daarvan sprake is, hangt af van de duur en de oorzaak van de onderbreking en de door betrokkene getoonde intentie het gebruik voort te zetten. De Afdeling is van oordeel dat, hoewel het pand gedurende een periode van ongeveer vijf jaar niet aaneengesloten bewoond is geweest, in dit geval toch sprake is van voortzetting van het op de peildatum van het overgangsrecht bestaande gebruik. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting aannemelijk is geworden dat betrokkenen nimmer de intentie hebben gehad om het pand anders dan voor permanente bewoning te gebruiken, alsmede dat de reden voor de onderbreking uitsluitend was gelegen in de problemen betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van [voormalige eigenaresse].