ECLI:NL:RVS:2005:AU8447
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- R.E.A. Matulewicz
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting en intrekking exploitatievergunning horeca-inrichting wegens overtreding openbare orde en Opiumwet
De burgemeester van Rotterdam heeft op 22 oktober 2003 bestuursdwang toegepast door een horeca-inrichting voor twaalf maanden te sluiten en de exploitatievergunning in te trekken vanwege aanwezigheid van een handelshoeveelheid softdrugs en andere overtredingen zoals illegale alcoholverstrekking en weigering medewerking brandweercontrole.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, maar zowel de rechtbank Rotterdam als de Raad van State verklaarden deze beroepen ongegrond. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester bevoegd was op grond van artikel 13b Opiumwet en de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam om de maatregelen te nemen.
De Raad van State bevestigde dat de aanwezigheid van softdrugs en de andere feiten een gevaar voor de openbare orde en het woon- en leefklimaat opleveren. Het belang van de openbare orde werd geacht te prevaleren boven het financiële belang van appellant. Er waren geen bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel leidden.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de sluiting en intrekking van de exploitatievergunning bevestigd.