ECLI:NL:RVS:2006:AV3850
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Beëindiging instellingssubsidie maatschappelijke dienstverlening kermisexploitanten en circusmedewerkers
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft bij besluit van 19 september 2003 de instellingssubsidie aan appellante, een stichting voor kermisexploitanten en circusmedewerkers, beëindigd en een afbouwsubsidie toegekend voor 2004 en 2005. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing. De rechtbank Breda verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep bij de Raad van State.
Appellante stelde onder meer dat de hoorplicht was geschonden, dat de minister onjuiste feiten en beleid hanteerde en dat de subsidie onterecht werd stopgezet, waardoor een specifieke bevolkingsgroep werd uitgesloten van maatschappelijke zorg. De Raad van State oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden omdat de minister voldoende bekend was met de feiten en belangen van appellante door de langdurige subsidierelatie.
Verder erkende de Raad van State de beleidsvrijheid van de minister om subsidies te herzien op grond van gewijzigde inzichten en bezuinigingen, waarbij het reguliere gemeentelijke maatschappelijk werk als voldoende voorziening werd beschouwd. Het beroep op onevenredigheid van de gevolgen en op artikel 4:84 Awb Pro werd eveneens verworpen. De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de instellingssubsidie wordt bevestigd.