ECLI:NL:RVS:2007:AZ5846
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- J.G.C. Wiebenga
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vergunning voor op- en overslag inrichting op gezoneerd industrieterrein afgewezen
Bij besluit van 2 januari 2006 verleende het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen een milieuvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het op- en overslaan van zand, grond en grind op een perceel te Vlaardingen. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat het akoestisch onderzoek niet representatief was en dat niet alle geluidbronnen waren betrokken.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep behandeld en overwogen dat de vergunning slechts in het belang van milieubescherming kan worden geweigerd. Het akoestisch onderzoek, uitgevoerd door de DCMR, toonde aan dat de geluidgrenswaarden werden nageleefd en dat de gehanteerde bronvermogens representatief waren. De geluidbelasting van scheepvaartbewegingen, waaronder het aan- en afmeren van binnenvaartschepen, behoefde niet te worden getoetst aan de geluidgrenswaarden voor de inrichting, maar middelvoorschriften kunnen worden gesteld indien noodzakelijk.
De Raad van State concludeerde dat verweerder terecht geen aanvullende geluidwerende maatregelen voor de shovel voorschreef en dat de voorschriften voor incidentele bedrijfssituaties toereikend waren. Ook was geen aanleiding om de vergunning te weigeren vanwege geluidhinder van scheepvaartbewegingen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning voor de inrichting is ongegrond verklaard.