ECLI:NL:RVS:2007:BA1210
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken actueel en concreet belang bij ingangsdatum verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ontvangen met ingang van 30 juni 2005, terwijl de aanvraag dateerde van 24 november 1999. De rechtbank oordeelde dat sprake was van een bijzonder geval, omdat de vreemdeling bij een eerdere ingangsdatum mogelijk in aanmerking zou komen voor een vergunning voor onbepaalde tijd. De minister stelde echter dat het beroep niet ontvankelijk was vanwege het ontbreken van een actueel en concreet belang.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het enkel verschil in ingangsdatum en de daaraan verbonden rechtsgevolgen geen actueel en concreet belang opleveren om door te procederen, tenzij niet de grond voor verlening maar uitsluitend de ingangsdatum in geschil is. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak benadrukt het belang van het voorkomen van doorprocederen over verblijfsvergunningen op gronden die geen actueel belang opleveren, conform de bedoeling van de wetgever in de Vreemdelingenwet 2000.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel en concreet belang.