ECLI:NL:RVS:2007:BA3222
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing perceel als voorkeursrechtgrond volgens Wet voorkeursrecht gemeenten
Het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer stelde de gemeenteraad voor om het perceel van appellant aan te wijzen als grond waarop de artikelen 10 tot en met 24, 26 en 27 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) van toepassing zijn. De raad nam dit besluit over en verklaarde het bezwaar van appellant hiertegen ongegrond. De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit en bepaalde dat de raad opnieuw moest beslissen op het bezwaar. Na hernieuwde beslissing bleef het bezwaar ongegrond en verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
Appellant voerde aan dat het perceel reeds voor de aanwijzing een woonbestemming had en dat het gebruik van het perceel overeenkwam met de nieuwe bestemming. De Raad van State oordeelde dat het betoog faalt omdat het perceel ten tijde van de vestiging van het voorkeursrecht een agrarische bestemming had en het nieuwe bestemmingsplan een afwijkend, intensiever gebruik voorwoog, namelijk wonen met winkels en verblijfsgebied.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.