ECLI:NL:RVS:2007:BA9311
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens tewerkstelling zonder vergunning onder de Wav
De zaak betreft een hoger beroep tegen een bestuurlijke boete opgelegd door de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan een vennootschap onder firma, exploitant van een Chinees-Japans restaurant, wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning.
De rechtbank Rotterdam had het beroep van appellante tegen de boete ongegrond verklaard. Appellante voerde aan dat zij te goeder trouw was geweest en dat de mate van verwijtbaarheid meegewogen diende te worden bij de hoogte van de boete. Zij stelde dat zij was uitgegaan van persoonsgebonden vergunningen die aan de vreemdelingen waren afgegeven en dat zij onvoldoende verwijtbaar had gehandeld.
De Raad van State oordeelde dat het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning vaststaat en dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij de maximale zorg heeft betracht om de overtreding te voorkomen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de boete terecht is opgelegd en niet gematigd hoeft te worden. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de opgelegde bestuurlijke boete wordt bevestigd.