ECLI:NL:RVS:2007:BB6844
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M. Vlasblom
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over intrekking beroep vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 8 september 2007 werd de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling stelde op 10 september 2007 beroep in tegen dit besluit, maar trok dit beroep op 17 september 2007 in nadat de staatssecretaris hem mededeelde dat de maatregel was opgeheven. Desondanks hield de rechtbank op 17 september 2007 een onderzoek ter zitting en verklaarde het beroep op 20 september 2007 gegrond, waarbij de maatregel werd opgeheven.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State en betoogde dat de rechtbank ten onrechte bevoegd was het onderzoek ter zitting te houden en uitspraak te doen, omdat het beroep was ingetrokken en de rechtbank niet van de maatregel was geïnformeerd. De Raad van State overwoog dat artikel 94, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 vereist dat een beroep daadwerkelijk is ingesteld of geacht wordt te zijn ingesteld via kennisgeving, en dat bij intrekking van het beroep en zonder kennisgeving geen grondslag bestaat voor rechterlijke toetsing.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. Hiermee werd bevestigd dat de rechtsbescherming adequaat is zolang de vreemdeling zelf een rechtsmiddel kan aanwenden en dat de rechtbank niet bevoegd was het beroep inhoudelijk te behandelen na intrekking.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens gebrek aan grondslag voor het onderzoek ter zitting.