Uitspraak
200307245/1).
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Menaldumadeel weigerde handhavend op te treden tegen activiteiten van een loon- en transportbedrijf op een perceel met bestemming 'Landelijke bebouwing klasse H'. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van een omwonende gedeeltelijk gegrond en bepaalde dat het college opnieuw moest beslissen.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het loonbedrijf en de transportactiviteiten niet passen binnen de agrarische bestemming van het perceel en derhalve in strijd zijn met het bestemmingsplan. Ook de op- en overslag van mest en afval is strijdig met de bestemming. Het college heeft ten onrechte niet volledig en tijdig op bezwaar beslist en onvoldoende handhavend opgetreden.
De Afdeling vernietigt meerdere besluiten van het college, verklaart het hoger beroep van de omwonende gegrond en dat van het bedrijf ongegrond, en draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan beide partijen.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Menaldumadeel moet opnieuw beslissen op bezwaar en wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.