ECLI:NL:RVS:2008:BD4462
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- T.M.A. Claessens
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens vertraagde verblijfsvergunning bij partnerverblijf
De vreemdeling diende een verzoek om schadevergoeding in omdat zij vanaf 7 december 2001 ten onrechte niet in het bezit was van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking verblijf bij partner. Hierdoor mocht zij niet werken en kon zij zich niet verzekeren tegen ziektekosten. De staatssecretaris wees dit verzoek af, stellende dat de regels van het vreemdelingenrecht niet zijn bedoeld ter bescherming van vermogensrechtelijke belangen.
De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond voor zover het ging om immateriële schade en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de verblijfsvergunning het recht op verblijf voor bepaalde tijd verschaft, maar niet strekt tot het beschermen van vermogensrechtelijke belangen zoals het recht op arbeid en ziektekostenverzekering. De door de staat veroorzaakte vertraging verandert hier niets aan. Daarom is het hoger beroep ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd dat geen schadevergoeding wordt toegekend voor de vertraging in de verblijfsvergunning.