ECLI:NL:RVS:2008:BD9407
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring omtrent gedrag voor taxichauffeur wegens verkeersdelicten en integriteitsvragen
Appellant verzocht om een verklaring omtrent gedrag (VOG) voor het verkrijgen van een chauffeurspas om als taxichauffeur te werken. De minister van Justitie weigerde de VOG vanwege diverse verkeersdelicten, waaronder rijden onder invloed, onbevoegd besturen en meerdere snelheidsovertredingen, alsmede economische overtredingen gerelateerd aan het drijven van een taxionderneming.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant tegen de weigering ongegrond. Appellant voerde aan dat de overtredingen incidenteel waren en niet direct verband hielden met zijn functie, en dat hij nu als werknemer wil werken in plaats van als ondernemer. De Raad van State oordeelde dat het niet doorslaggevend is of de strafbare feiten tijdens het werk zijn gepleegd, maar of herhaling een risico vormt voor een behoorlijke taakuitoefening.
De Raad bevestigde dat de verkeersdelicten en economische overtredingen een risico vormen voor de veiligheid en integriteit die vereist zijn voor taxichauffeurs. Het beroep is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG aan appellant vanwege verkeersdelicten en integriteitsproblemen.