ECLI:NL:RVS:2008:BE9413
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat documenten geen nieuw gebleken feiten vormen bij herhaalde asielaanvraag
De vreemdeling had op 31 oktober 2007 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 7 november 2007 werd afgewezen. Bij een nieuwe aanvraag op 3 juli 2008 werd deze eveneens afgewezen. De voorzieningenrechter had het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing gegrond verklaard, stellende dat overgelegde documenten nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden.
De Raad van State oordeelt echter dat de documenten, waaronder een militaire afzwaaikaart uit 1992 en een identiteitskaart uit 2006, al bij de eerdere aanvraag hadden kunnen en moeten worden overgelegd. De beperkte tijd na indiening van de aanvraag in de AC-procedure vormt geen excuus om deze documenten niet eerder te overleggen. Bovendien rust op de vreemdeling de verplichting om alle relevante documenten uit eigen beweging te verstrekken.
Daarmee zijn de documenten geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die een hernieuwde rechterlijke toetsing rechtvaardigen. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd.