ECLI:NL:RVS:2008:BG5070
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- P.B.M.J. van der Beek Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en redelijk vermoeden van illegaal verblijf bij anonieme melding
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die de vreemdelingenbewaring van een persoon van Egyptische nationaliteit had opgeheven. De vreemdeling werd op grond van een anonieme tip op een adres in Amsterdam staande gehouden en in bewaring gesteld.
De rechtbank had geoordeeld dat er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond omdat de anonieme melding onvoldoende actueel was en niet werd ondersteund door aanvullend onderzoek. De Raad van State stelt echter vast dat uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat de anonieme melding zelf al voldoende aanleiding geeft voor een redelijk vermoeden van illegaal verblijf.
Verder oordeelt de Raad dat het tijdsverloop van minder dan tweeënhalve maand tussen de melding en het onderzoek niet leidt tot het verlies van actualiteit van de tip. Ook is geoordeeld dat er wel degelijk zicht is op uitzetting naar Centraal-Irak, ondanks de herkomst van de vreemdeling.
De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de vreemdelingenbewaring blijft gehandhaafd.