ECLI:NL:RVS:2008:BF8981
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Lubberdink
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit weigering tweede toevoeging rechtsbijstand
De Raad voor Rechtsbijstand Amsterdam wees op 16 oktober 2006 de aanvraag van wederpartij om een tweede toevoeging voor rechtsbijstand af, omdat de werkzaamheden zouden vallen onder een eerder verleende toevoeging. Wederpartij maakte bezwaar, dat op 11 april 2007 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit op bezwaar op 6 mei 2008 en beval een nieuw besluit met inachtneming van haar overwegingen.
De Raad voor Rechtsbijstand stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, waarbij wederpartij verweer voerde. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het belang van wederpartij bij een tweede toevoeging bestaat uit het waarborgen van voldoende uren voor kwalitatieve rechtshulp. Tevens stelde de voorzitter vast dat de twee procedures (ontslag en loonvordering) verschillende rechtsbelangen betreffen, zodat de weigering van de tweede toevoeging onterecht was.
De voorzitter bevestigde de uitspraak van de rechtbank, wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en veroordeelde de Raad voor Rechtsbijstand tot betaling van proceskosten aan wederpartij. Hiermee werd de weigering van de tweede toevoeging definitief verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Raad voor Rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de tweede toevoeging wordt definitief vernietigd.