ECLI:NL:RVS:2008:BG3414
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- M.A.A. Mondt-Schouten
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit Wet arbeid vreemdelingen wegens onvoldoende motivering matiging
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde de maatschap een boete van €40.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door Poolse werknemers zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank matigde deze boete tot €32.000 en verklaarde het beroep gegrond. Zowel de minister als de maatschap gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat op de datum van de overtreding een tewerkstellingsvergunning vereist was voor Poolse werknemers, gezien het overgangsregime. De maatschap voerde aan dat de werknemers als zelfstandigen werkten, maar de feiten wezen op een gezagsverhouding. De staatssecretaris had de maatschap terecht als rechtspersoon behandeld bij de boetebepaling.
De Raad stelde vast dat de staatssecretaris het standpunt inzake financiële draagkracht en matiging in bezwaar had gewijzigd zonder de maatschap in de gelegenheid te stellen nadere gegevens te overleggen. Dit was een onvoldoende motivering en procedurefout. Daarom vernietigde de Raad het besluit van 3 november 2006 en droeg de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot boeteoplegging wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar financiële omstandigheden voor matiging en de minister moet een nieuw besluit nemen.