ECLI:NL:RVS:2009:BH1861
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- C.J.M. Schuyt
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over afwijzing terugvordering huursubsidie wegens onderhuur en zelfstandigheid woonruimte
De minister van Volkshuisvesting stelde de huursubsidie van wederpartij over de subsidietijdvakken in 2004 en 2005 op nihil en vorderde terugbetaling van eerder uitbetaalde subsidies. Wederpartij stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de minister opnieuw op het bezwaar moest beslissen.
De minister ging in hoger beroep bij de Raad van State en voerde aan dat wederpartij geen huurder maar onderhuurder was, en dat de woonruimte niet zelfstandig was, waardoor geen recht op huursubsidie bestond. De Raad van State oordeelde dat wederpartij niet als onderhuurder kon worden aangemerkt, omdat zij haar huur betaalde aan de eigenaar van het pand en niet aan een huurder. Ook was de woonruimte zelfstandig, met een eigen toegang en niet afhankelijk van voorzieningen buiten de woonruimte.
Verder stelde de Raad dat het feit dat de eigenaar en wederpartij in de gemeentelijke basisadministratie op hetzelfde adres stonden ingeschreven, niet betekent dat zij dezelfde woning bewoonden. De minister kon daarom artikel 9 van Pro de Huursubsidiewet niet aan zijn besluiten ten grondslag leggen. Ook het ontbreken van een vergunning voor splitsing van het pand stond de toekenning van huursubsidie niet in de weg.
Het hoger beroep van de minister werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van wederpartij.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.