ECLI:NL:RVS:2009:BH3985
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek Flora- en faunawet voor polder Schieveen
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wees een verzoek van milieuverenigingen af om handhavend op te treden tegen het voorbelasten en bouwrijp maken van een deel van de polder Schieveen bij Rotterdam, vanwege het ontbreken van een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van de verenigingen tegen deze afwijzing ongegrond. De verenigingen stelden in hoger beroep dat de broedplaatsen van de grutto en het foerageergebied van de lepelaar beschermd moeten worden als voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen.
De Raad van State oordeelde dat de grutto elk jaar een nieuw nest bouwt en niet terugkeert naar hetzelfde nest, waardoor het nest en de omgeving buiten het broedseizoen niet onder de bescherming van artikel 11 van Pro de Flora- en faunawet vallen. Het beroep op een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen was niet van toepassing omdat dat arrest betrekking had op vogels die jaarlijks naar hetzelfde nest terugkeren. Ook het betoog dat het gebied waar de grutto jaarlijks terugkeert beschermd moet worden, werd verworpen omdat dit gebied te omvangrijk is en het verbod zich richt op soortenbescherming, niet op gebiedsbescherming.
Ten aanzien van de lepelaar stelde de Raad van State vast dat hoewel de polder Schieveen een foerageergebied is, dit niet als vaste rust- of verblijfplaats geldt in de zin van artikel 11. De minister mocht aannemen dat er voldoende alternatieve foerageergebieden zijn en dat de polder van marginaal belang is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het handhavingsverzoek bevestigd.