ECLI:NL:RVS:2009:BH6357
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- C.W. Mouton
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling weigering verklaring omtrent gedrag na geweldsdelict en beoordeling belangenafweging
De minister van Justitie weigerde op 22 juni 2007 de afgifte van een verklaring omtrent gedrag (VOG) aan de aanvrager vanwege een eerdere veroordeling voor openlijk geweld in vereniging. De rechtbank Utrecht verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij meende dat de minister niet alle relevante omstandigheden had meegewogen, zoals het eenmalige karakter van het delict en de positieve verklaringen over de werksituatie.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State, die het oordeel van de rechtbank verwierp. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister terecht de beleidsregels uit de Circulaire Beleidsregels 2004 hanteerde, waarbij eerst het objectieve criterium wordt getoetst en vervolgens de subjectieve criteria. De minister mocht het geweldsdelict als een belemmering voor de taak aanmerken, en de door de aanvrager aangevoerde omstandigheden waren niet bijzonder genoeg om alsnog een VOG te verlenen.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond. Tevens werd het bezwaar tegen het latere besluit van 25 augustus 2008 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG en vernietigt het vonnis van de rechtbank.