ECLI:NL:RVS:2009:BH7706
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- T.M.A. Claessens
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanwijzing beschermd gemeentelijk monument wegens onvoldoende motivering garage
Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg wees op 10 april 2007 een villa en garage aan als beschermd gemeentelijk monument. De appellant maakte bezwaar tegen deze aanwijzing, dat door het college en vervolgens door de rechtbank werd afgewezen. De appellant stelde onder meer dat de procedure niet zorgvuldig was, het college onvoldoende overleg voerde, en dat de aanwijzing een onevenredige aantasting van zijn eigendomsrecht betekende.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de procedure zorgvuldig was verlopen en dat het college terecht gebruik maakte van het advies van de monumentencommissie. Ook werd geoordeeld dat de aanwijzing geen onteigening inhoudt en dat het eigendomsrecht slechts aan beperkingen wordt onderworpen die wettelijk zijn toegestaan. De financiële belangen van appellant werden niet als reden gezien om de belangenafweging van het college onredelijk te achten.
Echter constateerde de Afdeling dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de garage, die mogelijk uit 1973 stamt en op ruime afstand van de villa ligt, samen met de villa als beschermd monument was aangewezen. Deze onvoldoende motivering leidde tot vernietiging van het besluit en het oordeel dat het college een nieuw, gemotiveerd besluit moet nemen. Tevens werd het hoger beroep gegrond verklaard en werden proceskosten aan appellant toegewezen.
Uitkomst: Het besluit tot aanwijzing van de villa en garage als beschermd gemeentelijk monument wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de garage.