ECLI:NL:RVS:2009:BI5892
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Toepassing medische noodsituatie als grond voor verblijfsvergunning regulier in samenhang met artikel 3 EVRM
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die een vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd toekende vanwege een medische noodsituatie. De staatssecretaris stelde dat een beroep op artikel 3 EVRM Pro, ook bij medische aspecten, uitsluitend in een asielprocedure beoordeeld kan worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de medische noodsituatie zoals omschreven in de Vreemdelingencirculaire nauw samenhangt met de uitzonderlijke omstandigheden die het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft geformuleerd in zijn jurisprudentie over artikel 3 EVRM Pro. Het betreft situaties waarin uitzetting leidt tot ernstige schade of overlijden door het ontbreken van adequate medische voorzieningen.
Hierdoor is het mogelijk om deze uitzonderlijke omstandigheden mee te wegen bij de beoordeling van een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier vanwege medische noodsituatie. Dit betekent dat bescherming op grond van artikel 3 EVRM Pro ook via deze verblijfsvergunning kan worden verleend, zonder dat een aparte asielaanvraag noodzakelijk is.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.