ECLI:NL:RVS:2017:829
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging toeslagen wegens niet-rechtmatig verblijf van vreemdeling
Appellant, afkomstig uit Sierra Leone, ontving in 2014 voorschotten op huur-, zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst stelde vast dat zij vanaf 1 september 2014 geen rechtmatig verblijf meer had, waardoor de toeslagen werden beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond, waarbij werd overwogen dat de Belastingdienst mocht vertrouwen op de gegevens van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
Appellant voerde in hoger beroep aan dat op grond van Unierecht aanspraak op toeslagen bleef bestaan zolang procedures over haar verblijfsrecht liepen en dat de belangen van haar minderjarige kinderen onvoldoende waren meegewogen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Belastingdienst terecht uitging van het ontbreken van rechtmatig verblijf vanaf 1 september 2014, omdat het bezwaar tegen de afwijzing van haar verblijfsvergunning geen automatische schorsende werking had.
De Afdeling verwierp het beroep op Unierecht, waaronder de Terugkeerrichtlijn, omdat geen sprake was van een terugkeerbesluit met ernstig risico op foltering of onmenselijke behandeling. Ook werd geoordeeld dat het bestuursorgaan voldoende rekening had gehouden met de belangen van de kinderen, en dat de stopzetting van toeslagen niet in strijd was met artikel 3 van Pro het IVRK. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de stopzetting van toeslagen bevestigd wegens ontbreken van rechtmatig verblijf.