Uitspraak
200705490/1is hiermee de grondslag voor de beslissing de subsidie binnen de gestelde termijn te beëindigen gegeven. Anders dan de stichting meent, is de grondslag voor de beëindiging van de subsidie alleen gelegen in artikel 4:51, eerste lid, van de Awb en vorenbedoelde gewijzigde inzichten en omstandigheden. Een nadere grondslag voor het besluit hier aan de orde is niet vereist, nu het geen weigering van een subsidieaanvraag betreft.
200802431/1) dient, ingeval een besluit wordt vernietigd, de rechtbank de mogelijkheden van finale beslechting van het geschil te onderzoeken, waarbij onder meer aan de orde is of aanleiding bestaat om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Daarbij heeft de Afdeling overwogen dat voor het in stand laten van de rechtsgevolgen niet is vereist dat nog slechts één beslissing mogelijk is. In een geval als thans aan de orde, waarin het dagelijks bestuur krachtens artikel 4:51, eerste lid, van de Awb op grond van gewijzigde inzichten en omstandigheden kon aankondigen de meerjarige subsidierelatie met de stichting binnen de gestelde termijn te beëindigen, heeft de rechtbank met juistheid overwogen dat ervan uit moet worden gegaan dat het dagelijks bestuur daarom niet tot een ander besluit zal komen dan het vernietigde besluit op bezwaar van 9 oktober 2007. De rechtbank heeft daarom terecht de rechtsgevolgen van dat besluit in stand gelaten.