ECLI:NL:RVS:2009:BI9706
Raad van State
- Hoger beroep
- C.W. Mouton
- M.F.N. Pikart-van den Berg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering VOG en toekenning proceskostenvergoeding
De minister van Justitie verklaarde de aanvraag van appellante voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang, omdat de stage waarvoor de VOG was aangevraagd was afgerond. Vervolgens weigerde de minister de VOG inhoudelijk vanwege een eerdere veroordeling van appellante voor openlijk geweld in vereniging.
Appellante stelde dat de rechtbank ten onrechte het bezwaar tegen de niet-ontvankelijkverklaring niet had toegewezen en dat de minister geen belangenafweging had gemaakt. De Raad van State oordeelde dat de minister onrechtmatig had gehandeld door de aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren en dat het bezwaar hierover niet was behandeld. De inhoudelijke weigering van de VOG werd echter bevestigd, omdat de strafbare feiten een risico voor de veiligheid van kinderen op het kinderdagverblijf vormden.
De Raad van State stelde vast dat de minister de belangen van appellante en de samenleving had afgewogen en dat de beleidsregels omtrent de VOG niet in strijd waren met internationale verdragen. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante had gemaakt in bezwaar, beroep en hoger beroep, evenals het griffierecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot weigering van de VOG bevestigd en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.