ECLI:NL:RVS:2009:BJ8625
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar Somalië
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage die de vreemdelingenbewaring van een Somaliër opheefde wegens het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De staatssecretaris voerde aan dat een recent gesloten Memorandum of Understanding (MoU) met Somalië en de bereidheid van een luchtvaartmaatschappij tot medewerking aan uitzetting een nieuwe situatie vormden, waardoor uitzetting mogelijk zou zijn. De rechtbank nam de verklaring van de staatssecretaris niet zonder meer aan en vond dat het MoU niet was overgelegd, waardoor onvoldoende informatie beschikbaar was om zicht op uitzetting te beoordelen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht meer informatie verlangde en dat het aan de staatssecretaris was om het MoU in de beroepsfase te overleggen, wat niet is gebeurd. De verklaring van de staatssecretaris ter zitting van de Afdeling was onvoldoende. Het hoger beroep van de staatssecretaris faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs en transparantie bij het beoordelen van vreemdelingenbewaring en het zicht op uitzetting.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond.