ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4854
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zicht op uitzetting naar Somaliland bij bewaring vreemdeling
Eiser, een Somalische vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd op 29 oktober 2009 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting naar Somalië, meer specifiek naar Somaliland. Hij stelde dat er geen zicht op uitzetting was, mede omdat het Memorandum of Understanding (MoU) tussen Nederland en Somaliland niet openbaar was en onvoldoende duidelijkheid bood over de bereidheid van de Somalilandse autoriteiten tot terugname.
De rechtbank overwoog dat het MoU weliswaar niet openbaar gemaakt kon worden vanwege vertrouwelijkheid, maar dat dit niet betekent dat er geen zicht op uitzetting is. Uit een taalanalyse bleek dat eiser waarschijnlijk uit Noord-Somalië afkomstig is, een gebied dat groter is dan Somaliland. Verweerder erkende dat het MoU alleen betrekking heeft op Somaliland, maar stelde dat indien eiser tot een ander gebied zou behoren, zoals Puntland, de uitzetting niet zou doorgaan.
De rechtbank concludeerde dat er voldoende zicht op uitzetting is binnen redelijke termijn, mede omdat de Somalilandse autoriteiten op 20 november 2009 geïnformeerd zijn en een stilzwijgende instemming wordt vermoed na drie weken. Ook luchtvaartmaatschappijen hebben geen bezwaar tegen het vervoer van Somalische vreemdelingen naar Somaliland. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.