ECLI:NL:RVS:2009:BK1375
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- C.W. Mouton
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking vertrouwelijke emissiegegevens door Nederlandse Emissieautoriteit
De zaak betreft een hoger beroep van Stichting Greenpeace Nederland tegen het besluit van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) om vertrouwelijke gegevens uit emissieverslagen van zeventien inrichtingen over 2005 niet openbaar te maken. Greenpeace vorderde volledige openbaarmaking van deze gegevens, waaronder brandstofverbruik per installatie en brandstofsoort.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de NEa onvoldoende had gemotiveerd waarom het belang van vertrouwelijkheid zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking. De NEa, Nuon e.a. en de VNPI stelden dat deze gegevens cruciale bedrijfsinformatie bevatten die concurrentiegevoelig is en dat openbaarmaking het concurrentieproces zou verstoren.
De Raad van State bevestigt dat de gegevens over brandstofverbruik milieu-informatie zijn, maar niet direct betrekking hebben op emissies in het milieu, waardoor de uitzonderingsgrond voor openbaarmaking niet van toepassing is. De Raad oordeelt dat de NEa in haar besluit van 9 september 2009 concreet en voldoende heeft gemotiveerd waarom openbaarmaking de concurrentiepositie van raffinaderijen en elektriciteitsproducenten ernstig zou schaden.
De Raad wijst het beroep van Greenpeace af en bevestigt het besluit van de NEa. Tevens veroordeelt zij de NEa tot vergoeding van proceskosten aan Greenpeace. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging tussen openbaarmaking en bescherming van bedrijfsgevoelige informatie in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur en de Wet milieubeheer.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de NEa om vertrouwelijke brandstofverbruiksgegevens openbaar te maken vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen.