Uitspraak
200804819/1/H2), geldt bij die beoordeling dat de behandeling van het bezwaar en de behandeling van het beroep tezamen niet meer dan drie jaar mag duren en dat een vertraging bij één van beide behandelingen kan worden gecompenseerd door voortvarendheid bij de andere behandeling. Sedert de ontvangst door de minister van het bezwaarschrift van [appellant] op 22 juli 2003 tegen het besluit van 10 juli 2003, zijn ten tijde van de uitspraak van de rechtbank vijf jaar en ruim 8 maanden verstreken. Dit betekent dat de redelijke termijn is overschreden.
200608140/1), volgt uit de jurisprudentie van het EHRM, onder meer de uitspraak van 29 maart 2006, Pizzati tegen Italië, (nr. 62361/00, JB 2006, 134), dat bij overschrijding van de redelijke termijn voor het nemen van een besluit, behoudens bijzondere omstandigheden, spanning en frustratie als grond voor vergoeding van immateriële schade wordt verondersteld. Niet is gebleken van bijzondere feiten of omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat geen sprake is geweest van spanning en frustratie die als immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt. Het gaat in deze procedure evenwel om een gering bedrag, waarover [appellant] in ieder geval tot na het besluit op bezwaar kon blijven beschikken, ook al had hij daar geen recht op. Gelet hierop dit voordeel acht de Afdeling een schadevergoeding van € 500,00 redelijk. De Afdeling stelt de door [appellant] geleden schade ten gevolge van het overschrijden van de redelijke termijn dan ook vast op € 500,00.