Uitspraak
200707715/1) mag het college bij zijn besluit op een verzoek om nadeelcompensatie in beginsel van het advies van de deskundige uitgaan, indien uit dat advies op objectieve en onpartijdige wijze blijkt welke feiten en omstandigheden aan de conclusies ten grondslag zijn gelegd en deze conclusies niet onbegrijpelijk zijn, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van dat advies naar voren zijn gebracht. Het advies van de commissie biedt op de wijze, als hiervoor bedoeld, inzicht in de feiten en omstandigheden die de conclusie kunnen dragen dat [appellant] een vergoeding ten bedrage van € 7.650,00 wordt toegekend, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 januari 2006. De rechtbank heeft, gelet hierop, terecht overwogen dat er geen concrete aanknopingspunten zijn voor twijfel aan de juistheid en volledigheid van het advies van de commissie. Het college heeft het advies derhalve aan het besluit van 9 augustus 2007 alsmede aan het besluit op bezwaar van 19 februari 2008 ten grondslag mogen leggen. Daaraan doet niet af dat in het rapport van Rommelse een hoger bedrag aan vergoeding wordt geadviseerd, aangezien dit rapport is opgesteld met het doel een minnelijke schikking te bereiken ter voorkoming van procedures over de door [appellant] door de uitvoering van de dijkversterking geleden schade. De rechtbank heeft in dit verband voorts terecht van belang geacht dat in het rapport van Rommelse bij de begroting van de schade ten onrechte geen rekening is gehouden met de waardevermeerdering van de woning van [appellant] en met een voor rekening van [appellant] komend eigen risico van 15%. Gelet op het vorenoverwogene had het college in bezwaar niet een derde deskundige hoeven te benoemen.