Uitspraak
200305561/1en 19 november 2008 in zaak nr.
200801926/1), vormen concurrentieverhoudingen bij een planologische belangenafweging geen in aanmerking te nemen belang, tenzij zich een duurzame ontwrichting van het voorzieningenpatroon voordoet die niet door dwingende redenen wordt gerechtvaardigd.
200706716/1), is voor het buiten toepassing laten van een planvoorschrift wegens strijd met artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a, van de WRO, slechts plaats, indien een vrijstellingsbepaling een wijziging van het gebruik mogelijk maakt die tot een planologisch relevante wijziging van de bestemming leidt, dan wel die bepaling voorziet in een vrijstellingsmogelijkheid, zonder enige beperking. Artikel 4, vijfde lid, onder d, van de planvoorschriften maakt geen planologisch relevante wijziging van het gebruik mogelijk en is voorts geen vrijstellingsbevoegdheid zonder enige beperking, nu deze ziet op een beperkt verkoopvloeroppervlak en voorts is verbonden aan de vereisten dat de wijziging van de verkoopvloeroppervlakte distributie planologisch aanvaardbaar is en in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien.
200806342/1/H1), is voor het antwoord op de vraag of zich zo'n situatie voordoet niet doorslaggevend dat er een overaanbod is en mogelijk sluiting van bestaande detailhandelsvestigingen zal plaatsvinden, maar is van belang of de inwoners op aanvaardbare afstand van hun woonplaats hun geregelde inkopen kunnen doen.